Home
Direct-marketingbranche oneens over gedragscode

 

Donderdag, 28 april 2005 - Binnen de direct-marketingbranche bestaat onenigheid over het beschermen van bedrijven tegen ongevraagde, commerciële e-mails. ( Door Maarten Reijnders www.webwereld.nl

Over een maand begint de evaluatie van de Code Verspreiding Reclame via E-mail, die vorig jaar is opgesteld door de direct-marketingbranche. Twee brancheorganisaties van direct-marketeers dreigen daarbij lijnrecht tegenover elkaar te komen staan.

De E-mail Marketing Associatie Nederland (EMMA-nl) wil dat bedrijven dezelfde bescherming tegen spam krijgen als consumenten. De Dutch Dialogue Marketing Association (DDMA) is daartegen.

"Wij positioneren ons als het braafste jongetje van de klas", zegt Marc Borgers, voorzitter van EMMA-nl. De organisatie is voor het zogeheten opt-in regime. Daarbij mag alleen commerciële mail worden verstuurd naar personen en bedrijven die daar van tevoren toestemming voor hebben gegeven. Om het streven naar een opt-in regime voor de zakelijke markt te onderstrepen, introduceert EMMA-nl in mei een keurmerk.

 

 
Te veel geregeld

Sinds mei vorig jaar is het bedrijven wettelijk niet meer toegestaan om ongevraagde e-mails te versturen naar Nederlandse consumenten. Voor bedrijven geldt deze wettelijke bescherming niet.

De DDMA ziet ook weinig reden om het bedrijfsleven extra te beschermen. "Er bestaat geen noodzaak voor een opt-in voor het bedrijfsleven", stelt Dirk van der Steenhoven, directeur van de DDMA. "We moeten ophouden te proberen alles dicht te reguleren. Er is al te veel geregeld."

Volgens Van der Steenhoven kleven er te veel praktische problemen aan een opt-in regime voor de zakelijke markt. "Wie moet er binnen een bedrijf toestemming geven voor het ontvangen van spam? En wat als die persoon een jaar later weg is en zijn opvolger wel informatie wil ontvangen."

Vorig jaar heeft het bedrijfsleven wel geprobeerd om een gedragscode op te stellen voor het sturen van commerciële berichten naar bedrijven. Zonder resultaat. Minister Laurens Jan Brinkhorst (Economische Zaken) vond dat de marktpartijen onvoldoende opschoten. Hij kondigde in december vorig jaar daarom aan dat hij zelf wel met wetgeving zou komen. "Sindsdien hebben we daar niets meer van vernomen", aldus Van der Steenhoven.

Derdenverstrekking

Een andere splijtzwam binnen de direct-marketingbranche is de zogeheten derdenverstrekking: het verstrekken van e-mailadressen aan andere bedrijven of het uit naam van andere bedrijven versturen van commerciële berichten. Ook hier is de rolverdeling tussen EMMA-nl en de DDMA weer vergelijkbaar. EMMA-nl wil strengere regels, de DDMA voelt daar niets voor.

Als het aan EMMA-nl ligt, moet de ontvanger van een commercieel e-mailbericht eenvoudig kunnen achterhalen van wie het bericht afkomstig is en hoe de verzender aan zijn adres is gekomen. "Klanten moeten weten waar ze aan toe zijn als ze ergens hun e-mailadres achterlaten", meent Borgers (EMMA-nl).

Volgens de DDMA zijn aanvullende regels niet nodig. "Er is geen enkel probleem", zegt Van der Steenhoven (DDMA). "Het zal ongetwijfeld wel eens fout gaan, maar we krijgen er nooit klachten over. De discussie over derdenverstrekking is een academische discussie."

Breedband

Op één punt wil EMMA-nl de e-mailgedragscode wel versoepelen. "Er staat nu in dat een bericht maximaal 50 KB groot mag zijn. Door de opkomst van breedband kan die norm, wat ons betreft, wel wat worden opgerekt."

 
< Vorige   Volgende >